eenvoudig
voeg-
beurtje

 

 

 

>>>
voorbeeld
van slijptolschade


Goed hervoegen is niet eenvoudig!

Niet vanwege de verschillen in uitgangscondities - waaronder de opzuigende eigenschappen van de steen en de eventuele zoutbelasting - van de ondergrond. Niet vanwege de keuzen van werkwijzen en materialen. Al helemaal niet vanwege de vakbekwaamheidseisen die – met name ook bij het uithakwerk- moeten worden gesteld en vaak niet kunnen worden waargemaakt. Bij oorspronkelijk in zogenaamde ‘doorsrtijkwerk’ uitgevoerde voegen is hervoegen bovendien in bouwkundig en bouwfysisch opzicht vaak geen verbetering. Bovendien kan het resultaat ook esthetisch teleurstellend uitpakken want bij onvakkundig uithakken kan de oorspronkelijke voegbreedte van zeg 6 mm al gauw uitkomen op 10 mm of meer, wat een totaal ander beeld oplevert.

Er zijn talloze restauratie- en renovatieprojecten waar over deze punten veel te licht is gedacht.
Even met de slijptol langs de gevel om de oude voegen eruit te ritsen, wat beschadigde steentjes inboeten, de hogedrukspuit met een chemisch reinigingsmiddel er overheen, de voeger met een waterdichte cementmortel erachteraan en de gevel was waterdicht en weer ‘als nieuw’. Wat heet: veel beter en duurzamer dan hij in nieuwstaat ooit was!
Ook lang gebruikelijk geweest, het hydrofoberen door er een onzichtbaar waterafstotend makend preparaat over te sproeien.

Dat was jarenlang staande praktijk. Maar leidde, ondanks de veelbelovende verkoopteksten – vaak al na twee a drie jaar - met name bij zwaar regenbelaste gebouwen als molens en torens, tot veel schade. In heel Europa kwam dit voor waardoor het onderwerp werd van een in 2002 afgerond onderzoek op Europees niveau: het EU Pointing Project.

In kringen van voegers- en gevelrestauratiebedrijven is, mede vanwege de uitkomsten van het genoemde Ponting Project, ook een kentering waarneembaar maar er is nog sprake van veel verwarring en tegenstrijdige visies in de branche. Er zijn absoluut een aantal restauratievoegbedrijven en gevelrestaurateurs die dit onderwerp, niet alleen vakmatig, maar ook de materiaalkundige achtergronden wèl helemaal in de vingers hebben. Het is echter nog een minderheid.

Voor een eigenaar of beheerder van een monument, is het wel verstandig ‘een hervoegbeurtje’ niet te simplificeren tot een onderhoudsklusje maar qua voorbereiding op te vatten als een kleine restauratiebeurt en daar een onafhankelijk advies bij in te winnen.

Waarbij ook en vooral de vraag aan de orde moet komen: is het wel nodig?