mortel-
typen

Het kennen van het morteltype dat oorspronkelijk bij de bouw is toegepast is van groot belang bij het bepalen van een mortelreceptuur voor restauratie metsel- en voegwerk. In hoofdzaak gaat het er dan om twee bindmiddelen te onderscheiden: kalk of cement.

Vanouds werden kalkmortels toegepast. Dit waren zgn. luchthardende mortels. Deze hebben totaal andere eigenschappen m.b.t. porositeit, vochtregulerende werking, sterkte en elasticiteit dan de veel jongere en nu in de nieuwbouw uitsluitend toegepaste cementmortels. Dat zijn hydraulische mortels, d.w.z. ze verharden met water en ook ònder water.

Een tussenvorm is een mortel op basis van kalk die met tras of een ander zogenaamde puzzolaan (licht) hydraulisch is gemaakt: een 'basterdmortel'.

Om de mortels op dit punt te kunnen onderscheiden wordt via de diagnostische methode van de natchemische analyse de hydrauliciteitsindex H.I. volgens Boynton bepaald.

 

Voorbeeld berekening hydrauliciteit ‘mortelmonster 5’

(naar resultaten chemische analyse bij diagnostische methoden)

De hydrauliciteitsindex H.I. (of cementation index) wordt bepaald volgens de formule van Boynton:

H.I.=(2,8 * %SiO2)+(1,1 * %Al2O3)+(0,7 * %Fe2O3)/%CaO+(1,4 * %MgO)

waarbij na berekening vier hydrauliciteitsklassen worden onderscheiden:

klasse H.I.
niet hydraulisch < 0.3
zwak hydraulisch 0.3 - 0.5
gematigd hydraulisch 0.5 - 0.7
sterk hydraulisch 0.7 - 1.1

De waarde van mortelmonster 5 komt uit op H.I. = 0,58 met als conclusie dat mortelmonster 5 gematigd hydraulisch is.