statiefoto foto1 foto2 foto3 foto4 foto5 foto6

project

Nijmegen muur

historie

Gebouwd in 1767; gerestaureerd in de jaren 1974-1975. Rijksmonument.

opdrachtgever

Eigenaar: Maasland n.v. te Maassluis
Opdrachtgever: Verbij Hoogmade b.v. Hoogmade

directie

groot gunneweg delft

bouwkundige/ bouwfysische problemen

Bij de restauratie in 1974-1975 is het metselwerk hersteld en het slechte gepleisterde gedeelte vervangen door een ½-steens schil in nieuwe ijsselsteen in schoon werk. In de molenromp, met name in de ‘schil’, verscheen een fijn patroon van verticale en enkele horizontale scheuren. Er zaten ook flink wat holle plekken achter. Bij zware regenstorm lekte het water plaatselijk met bakken naar binnen.
Tijdens een restauratiebeurt van het timmer- en molenmakerswerk in 2007 werd onder het maaiveld een gewapend betonnen ringbalk om de molenvoet aangebracht, gekoppeld met een nieuw aangebrachte, eveneens gewapend betonnen, kruipruimtevloer binnen.

aard adviesopdracht

Onderzoeken algehele toestand metsel- en voegwerk, zoutbelasting en scheurpatroon; analyse van de oorzaak van de lekkage. Opstellen globaal hersteladvies met indicatie van de herstelkosten. Na tussenrapportage te volgen door het uitvoeringsgereed maken van het werk en directievoering

plan van aanpak

Uit onderzoek bleek dat de ‘schil’ in principe los staat van het oude werk. Er werden twee manieren uitgewerkt om de gebreken te herstellen: injecteren of uitbreken en geheel opnieuw opzetten. Na uitvoerig overleg werd besloten de ½-steens schil weg te breken en opnieuw op te zetten. Dit is een grondige aanpak waarbij men in wezen het werk van 1975 opnieuw deed, maar dan met de juiste materiaalkeuze en de juiste werkwijze.
Voordelen: zeer duurzame oplossing, indien goed uitgevoerd door een vakbekwame metselaar; men kan duurzaam doorstrijkwerk maken i.p.v. riskant hervoegwerk; scheuren worden geëlimineerd; hygrisch ideale situatie wordt bereikt; toepassing authentieke materialen en werkwijze.
Nadelen: zeer arbeidsintensief, dus kostbaar; alles hangt af van die een of twee meester restauratiemetselaar die via de aanbestedingsprocedure moeten worden gevonden; intensieve begeleiding nodig.

Overig inboetwerk
Het metselwerk vertoont enkele schadeplekken, waaronder enkele rollagen in de venster- en deuropeningen, waar inboetwerk nodig is, ook binnen.
Voegwerk:  het nog gave, oorspronkelijke doorstrijkwerk aan de niet klimaatbelaste zijde wordt gehandhaafd, met enkele kleine reparaties (ca 10 m2).
Mortelkeuze: voor zowel metsel- als voegwerk een licht hydraulische kalkmortel toepassen met voldoende open porositeit.

uitvoering

2009-2010, Hoofdaannemer: Verbij Hoogmade b.v.; onderaannemer metsel- en voegwerk: Van Bommel Gevelgroep b.v. Wateringen

bijzonderheden

Door een combinatie van verschillen in temperatuur (uitzetting en krimp), vochtgehalte (hygrische zwelling en krimp) en vorst ( uitzetting evt. ijsvorming in de scheur) is de spleet tussen het oude werk en de schil uit 1975 langzaam maar zeker wijder geworden. De cementmortel in de jonge schil was nauwelijks elastisch, de kalkmortel in het oude werk wel. Zo zijn er ook scheuren over de lint- en stootvoegen van de in cement gemetselde schil ontstaan. Deze verschijnselen waren onomkeerbaar.

Dun werken
Bij het opstarten van de werkzaamheden bleek het lastig om dun genoeg te kunnen werken. In het oude werk was de mortelvoeg plaatselijk maar ca 4mm dik. Op het werk werd geëxperimenteerd met verschillende zanden en een aangepaste zand-bindmiddel verhouding, in combinatie met verschillende manieren van het voornatten van de metselstenen. Een door de adviseur meegebracht monster speciaal metselzand bleek het uiteindelijk ‘te doen’.
Het nieuwe werk moest perfect in het beloop van de oude vorm komen, zonder enige onregelmatigheid. Daartoe werd tevoren het profiel van de molenromp, waaronder ook de zeeg in het beloop van de muur, opgenomen. De hoofdaannemer heeft op regelmatige afstanden verdeeld horizontale profielen gesteld en verticale profiellatten gemaakt naar de bocht van de ingemeten zeeg. De metselaars hebben met grote zorgvuldigheid de stenen naar deze profielen gemetseld. Bij de opening werd in het bouwteam vastgesteld dat dit geslaagd was.

Patineren
Bij de uitvoering is gediscussieerd of het helgele nieuwe stuk d.m.v. ‘patineren’ meer in de tint van het oude werk moest worden gebracht. Unaniem is besloten dit niet te doen.

dd. 5 april 2011, nacontrole  1 jaar na oplevering, door het bouwteam. Conclusie: uitgevoerd metsel- en voegwerk ziet er goed uit.   Wel wordt vastgesteld dat zich bij extreem weer lekkage voordoet. Deze is niet terug te voeren op een gebrek verband houdend met het uitgevoerde werk maar niet duidelijk is of dit mogelijk om regenwater gaat dat bij zware windstoten langs de randen van ramen en deuren wordt geperst. Evt. worden lekgootjes boven raam en deuropeningen aan de regenzijde gemaakt. De molenaar gaat extra doortochten. 

status

Uitvoerend werk opgeleverd maart 2010

links

www.molens.nl nummer 214 in de molendatabase